Naar hoofdinhoud

§ 1

Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Liftenverordening Den Haag 1999

In deze verordening wordt verstaan onder: 1. beheerder: degene die een installatie voorhanden heeft die in gebruik of voor gebruik gereed is; 2. Liftinstituut: de Stichting Nederlands Instituut voor Lifttechniek; 3 installatie: a. een klein-goederenlift, zijnde een niet-betreedbare en niet-verplaatsbare hefinrichting voor verticaal vervoer van goederen door middel van één of meer geleid bewogen onderdelen welke de last dragen; b. een roltrap, zijnde een inrichting voor het vervoer van personen door middel van een langs vaste geleidingen bewogen reeks traptreden, waarbij het betreden en verlaten kan plaatsvinden tijdens de beweging; c. een rolpad, zijnde een inrichting voor het vervoer van personen, waar-van het dragende oppervlak wordt bewogen langs vaste geleidingen en waarbij het betreden en verlaten kan plaatsvinden tijdens de beweging; d. een paternosterlift, zijnde een niet-verplaatsbare inrichting voor verticaal vervoer van personen en/of goederen door middel van geleid bewogen kooien, waarbij de kooien ten behoeve van het betreden of verlaten of het laden of lossen niet tot stilstand komen; e. een traplift, zijnde een niet-verplaatsbare inrichting voor het vervoer van personen en/of goederen over trappen langs een al of niet hellende vaste geleiding, waarbij voor het betreden of verlaten of het laden of lossen de stoel of het plateau tot stilstand moet worden gebracht; f. een hefplateau voor het vervoer van personen en/of goederen, zijnde een niet-verplaatsbare hefwerktuig, voorzien van een plateau voor verticaal of nagenoeg verticaal personenvervoer, en dat bepaalde stopplaatsen bedient; g. een balanslift, zijnde een niet-verplaatsbare inrichting voor het verticaal vervoer van een bepaalde persoon door middel van een met handkracht en geleid bewogen hefvlak, waarbij voor de uitbalancering gebruik wordt gemaakt van een zorgvuldig op die bepaalde persoon afgestemd tegen gewicht; h. een toneel-, orkest-, of etalagelift, zijnde een hefplateau voor het verticaal vervoer van personen en/of goederen, en voor het op een bepaald niveau instellen van (gedeelten van) een toneel, een orkestbak of een etalage; i. een lijkenlift, zijnde een hefplateau of een lift voor het verticaal verplaatsen van stoffelijke overschotten, zoals in gebruik bij crematoria ziekenhuizen en dergelijke; j. een hangsteiger, zijnde een inrichting voor het verticaal en/of horizontaal verplaatsen van personen en goederen langs de gevel en waarvan ten minste delen van deze inrichting bij een gebouw behoren; k. een goederenheffer, zijnde een hefwerktuig, voorzien van een door een krachtwerktuig aangedreven hefvlak, bestemd voor het vervoer van goederen.

Rechtspraak bij dit artikel