In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 2 vastgestelde dag, tijd en plaats;
marktterrein: het gehele grondoppervlak, dat door de raad is aangewezen als plaats waar de markt gehouden wordt;
standplaats: de ruimte, die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste plaats: een standplaats die tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld aan de vergunninghouder;
dagplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;
standwerker: de vergunninghouder die publiek om zich heen verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen artikel en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen;
standwerkersplaats: een dagplaats, bestemd voor een standwerker;
vergunninghouder of standplaatshouder: ieder aan wie door het college van burgemeester en wethouders een vergunning is afgegeven om gedurende een markt een standplaats in te nemen;
< vervallen > (per 9 juli 2009)
marktmeester: de als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar;
verkoopwagen: voertuig dat is ingericht c.q. ingericht kan worden ten behoeve van de markthandel, waaronder begrepen een motorvoertuig, een verkoopaanhangwagen, een markavan en andere door burgemeester en wethouders toegelaten verkoopinrichtingen;
l. branche-indeling: de indeling van artikelgroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep;
het college: het college van burgemeester en wethouders;
levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een samenlevingsovereenkomst, een huwelijksakte en bewijs van geregistreerd partnerschap.
Indelingstekening: plattegrond van het marktterrein waarop staan aangegeven, de standplaatsen, de ruimte ten opzichte van de bebouwing, ruimte ten behoeve van standwerkers, aanvalsroutes van de brandweer, brandkranen, plaatsen waar bak- en braadappaaratuur en mobiele bakwagens zijn toegestaan en de ruimte bij bochten welke nodig zijn voor brandweervoertuigen