In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
wet:
Telecommunicatiewet (Wet van 5 november 1998, Stb 610);
b.
openbaar telecommunicatienetwerk:
telecommunicatienetwerk als genoemd in artikel 1.1, onder g, van de wet;
c.
omroepnetwerk:
omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1, onder o, van de wet;
d.
kabels:
kabels, genoemd in artikel 1.1, onder r, van de wet;
e.
openbare grond(en):
openbare wegen en wateren, als genoemd in artikel 1.1, onder s, van de wet;
f.
aanbieder:
aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk;
g.
werkzaamheden:
werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare gronden;
h.
gedoogplichtige:
degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet;
i.
college:
college van burgemeester en wethouders van Den Haag;
j.
melding:
melding als bedoeld in artikel 5.2, derde lid, aanhef en onder a, van de wet;
k.
instemmingsbesluit:
besluit van het college als bedoeld in artikel 5.2, derde lid, aanhef en onder b, van de wet.