**1..** Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van:
de openbare orde;
het beperken of voorkomen van hinder of overlast voor de omgeving;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen, voor zover de regels van de Bomenverordening daarin niet voorzien;
het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden;
de bescherming van de belangen van het rij- en voetgangersverkeer;
het voorkomen of beperken van schade aan de openbare gronden;
de bruikbaarheid van de openbare gronden en de verdeling van gebruiksmogelijkheden van de openbare gronden;
het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden;
**2..** Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid, kan het college aan het instemmingsbesluit in ieder geval voorschriften of beperkingen verbinden over:
het tijdstip, de plaats, en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen;
zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit.
**3..** De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden volgens de voorwaarden en voorschriften als bedoeld in het tweede lid. Het college kan hierover nadere regels vaststellen.
Artikel 4
Voorschriften en beperkingen bij instemming
Onderdeel van Telecommunicatieverordening Den Haag