**1..** Het college kan besluiten dat aanbieders de aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden, voorzover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen, binnen een door het college te bepalen termijn dienen te melden aan het college via het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste lid.
**2..** De vergunning op basis van artikel 6 van de APV van 29 april 1997, kenmerk DSB97011914, die het college aan Telecai-Den Haag NV heeft verleend voor het ten tijde van de afgifte van die vergunning aanwezige omroepnetwerk, wordt beschouwd als het instemmingsbesluit op basis van artikel 5.2 van de wet.
Bij onderhoud, wijziging en vernieuwing van voorzieningen als bedoeld in voorwaarde 8. van de onder a. genoemde vergunning of bij plaatsing van voorwerpen op, in, over of boven de weg als bedoeld in deze vergunningsvoorwaarde, dient de vergunninghouder in plaats van over een vergunning ex artikel 6 APV, over een instemmingsbesluit te beschikken.