**1..** De urgentie van de uitvoering van de aangevraagde voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de per lesgebouw uitgebrachte EBA-rapportage, oplopend van de slechtste naar goed, waarbij de kwalificatie “slechtste” de hoogste urgentie-coëfficient heeft en de kwalificatie “goed” de laagste urgentie-coëfficient.
**2..** Aanvragen voor lesgebouwen met de hoogste urgentie-coëfficient komen als eerste voor subsidieverlening in aanmerking, vervolgens de school met de één na hoogste urgentiegraad en zo verder totdat het subsidieplafond is bereikt.
**3..** Indien het toewijzen van een aanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de hoogte van de toe te kennen subsidie bepaald door het nog niet benutte gedeelte van het subsidieplafond, waarbij de aanvrager in (nader) overleg treedt met burgemeester en wethouders ten einde te bepalen, welke aangevraagde activiteiten voor bekostiging in aanmerking kunnen worden gebracht.
Hoofdstuk 2F
Artikel 23g
Criteria voor het bepalen van de urgentie van aangevraagde voorzieningen
Onderdeel van Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs.