Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2C

Artikel 20a

Toepassing en begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs.

1.. De bepalingen van hoofdstuk 1, 2a en 2b zijn slechts van toepassing, voorzover daarvan in dit hoofdstuk niet is afgeweken, onverminderd het bepaalde in artikel 20 k. 2.. In afwijking van en in aanvulling op artikel 1 Begripsbepaling wordt verstaan onder: Schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs (WPO) bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school; Lesgebouw: een gebouw of een gebouwdeel met permanente bouwaard dat door een school wordt aangewend ten behoeve van het geven van onderwijs als bedoeld in artikel 9, eerste lid tot en met het derde lid, WPO, dat niet wordt gehuurd van een derde en niet wordt aangewend ten behoeve van lichamelijke oefening. School: een school als bedoeld in artikel 1 WPO. Voorschool: een samenwerkingsverband tussen een (gesubsidieerde) peuterspeelzaal en een GOA-basisschool in het kader van de Voor- en Vroegschoolse Educatie. Peuterspeelzaal: een kindercentrum ten behoeve van een speelgroep van kinderen vanaf 2 ½ jaar tot de leeftijd dat zij naar de basisschool kunnen gaan, met een maximale verblijfsduur van drie uren per dag. Voorschoolpeuterspeelzaal: een peuterspeelzaal die door de gemeente wordt gesubsidieerd voor het het uitvoeren van een erkend VVE-programma en die samenwerkt met een basisschool die hetzelfde VVE-programma uitvoert. Peuterlokaal: een lokaal voor de opvang van kinderen in een voorschoolpeuterspeelzaal. Voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 20b. Verleningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in dit hoofdstuk waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening. 3.. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 20b zijn middelen beschikbaar voor de kalenderjaren 2006 tot en met 2012. Aanvragen voor genoemde voorzieningen die ontvangen worden op en na 1 februari 2011 worden buiten behandeling gelaten. 4.. Op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend subsidie verstrekt ten behoeve van de realisering van de huisvesting en inrichting van voorschoolpeuterspeelzalen. 5.. Op grond van dit hoofdstuk worden geen middelen verstrekt ten behoeve van bouw- of verbouwkosten van lokalen die voor 1 januari 2004 als peuterlokaal gebouwd of tot peuterlokaal verbouwd zijn. 6.. Jaarlijks stelt het college het Programma huisvesting voorschoolpeuterspeelzalen vast. 7.. Beschikkingen op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk worden gegeven door burgemeester en wethouders. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van aanvragen in het kader van dit hoofdstuk formulieren vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel