Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2C

Artikel 20f

Indieningsdatum en aanvraag

Onderdeel van Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs.

1.. Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het programma dient uiterlijk 31 januari van het jaar van vaststelling van het betreffende programma te zijn ontvangen door het college. Hierbij wordt voor de aan te vragen voorziening gebruik gemaakt van het door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.. De aanvraag vermeldt naast de gegevens als vermeld in artikel 6, tweede lid, sub a t/m e bovendien: het adres van het betreffende lesgebouw; de geplande aanvangsdatum van de uitvoering van de voorziening; een reëel geplande datum van realisatie van de voorziening; een gespecificeerde begroting met de geraamde kosten van de voorziening; definitieve bouwtekeningen waarop het peuterlokaal is gearceerd; de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening. De aanvraag dient voorts vergezeld te gaan van: een afschrift van de aanvraag om vermindering van de capaciteit zoals bedoeld in artikel 20d, vijfde lid, indien vereist. een verklaring van de exploitant van de voorschool-peuterspeelzaal dat deze bereid is in de te realiseren ruimtes minimaal één (bij realisatie van één lokaal) respectievelijk minimaal drie (bij realisatie van twee lokalen) of minimaal vijf (bij realisatie van drie lokalen) voorschool-peutergroepen te exploiteren. 3.. Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het tweede lid deelt het college dit schriftelijk mede aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens alsnog aan te vullen. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens niet binnen 6 weken heeft verstrekt, besluit het college de aanvraag niet te behandelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel