**1..** De bekendmaking van het besluit tot vaststelling van het Programma huisvesting voorschoolpeuterspeelzalen, geschiedt binnen twee weken na de datum van vaststelling door toezending door het college van het besluit aan de aanvragers.
**2..** De subsidie wordt verleend met, in ieder geval, de volgende verplichtingen:
Ondertekening akte als bedoeld in artikel 110, vijfde lid, van de WPO
Het schoolbestuur verklaart door ondertekening van de gezamenlijke akte als bedoeld in artikel 110, vijfde lid, WPO, dat het ten behoeve van de voorschoolpeuterspeelzaal gerealiseerde gedeelte van het lesgebouw blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn.
Indien het schoolbestuur blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het lesgebouw voor onderwijsdoeleinden te gebruiken, draagt het schoolbestuur-voorzover dit niet reeds in het lesgebouw is inbegrepen- tevens de peuterspeelzaal in eigendom over aan de gemeente, zonder dat de gemeente gehouden is tot vergoeding van kosten.
De voorovereenkomst van bruikleen
Tenzij het schoolbestuur de peuterspeelzaal zelf exploiteert, dient het schoolbestuur `een voorovereenkomst van bruikleen te sluiten met de exploitant van de (voorschool)peuterspeelzaal.
Door het schoolbestuur berekende vergoeding voor verbruikskosten belopen maximaal het medegebruiktarief zoals bedoeld in Bijlage IV, deel C van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 1997 en behelzen geen andere kosten.
Het schoolbestuur wendt de vergoeding voor verbruikskosten aan ter bestrijding van de kosten van programma’s van eisen als bedoeld in artikel 113 en 114 WPO. Artikel 119 WPO is onverkort van toepassing.
Overige verplichtingen
Het is het schoolbestuur niet toegestaan de voorschoolpeuterspeelzaal te bezwaren of te vervreemden.
Indien de bruikleenperiode is beëindigd en binnen drie maanden geen nieuwe exploitant wordt gevonden, is de gemeente gerechtigd de peuterspeelzaal te huren tegen het medegebruikstarief danwel te verhuren of in gebruik te geven aan een derde ten behoeve van de exploitatie van de peuterspeelzaal.
De voorschoolpeuterspeelzaal en de aangrenzende buitenruimte zijn geschikt voor minimaal 2 groepen van elk 16 peuters en voldoet te allen tijde aan de eisen die zijn gesteld in artikel 2 tot en met 5 van de Verordening nadere kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2011.
HOOFDSTUK 2C
Artikel 20f
Subsidieverlening
Onderdeel van Verordening personele en materiële voorzieningen onderwijs.