Jaarlijks stelt de commissie binnen zes maanden na verloop van de verslagperiode, welke loopt van 1 januari tot 31 december van enig jaar, een verslag op van haar werkzaamheden ten behoeve van de gemeenteraad en burgemeester en wethouders. Het verslag bevat ten minste:
een overzicht van de behandelde aanvragen en de daarop genomen beslissingen;
de aanbevelingen die op grond van artikel 5, tweede lid, zijn uitgebracht;
de eventuele adviezen van de commissie ten aanzien van de wenselijkheid deze verordening te wijzigen.