Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 14.

Artikel 14.1

Toeslag voormalig alleenstaande ouder (B097)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011

14.1.1 Overbruggingstoeslag bij toekenning studiefinanciering (WSF) Studiefinanciering wordt toegekend vanaf de eerste dag van het kwartaal nadat het kind 18 jaar is geworden. Bij het jongste kind wordt de bijstandsnorm van de ouder aangepast van alleenstaande ouder naar alleenstaande op de dag dat het kind 18 jaar wordt (artikel 4 sub e WWB). Om de periode te overbruggen wordt als het jongste thuiswonende kind de leeftijd van 18 jaar bereikt tot en met de laatste dag van het kalenderkwartaal een toeslag op grond van de bijzondere bijstand aan de ouder verleend. Als vervolg hierop kan de toeslag voormalig eenoudergezin worden verstrekt (zie onder 14.1.2). Hoogte bijzondere bijstand 20% van de bijstandsnorm voor gehuwden. Bewijsstukken Kopie aanvraag studiefinanciering. 14.1.2. Toeslag voormalig eenoudergezin. Als het jongste (inwonende) kind van de alleenstaande ouder 18 jaar wordt, dan wordt de uitkering van de ouder omgezet van een alleenstaande ouder naar een alleenstaande. Een dergelijke normwijziging heeft een aantal gevolgen voor het gezin, onder andere voor de financiële relatie ouder-kind. Om de overgang naar de andere norm soepel te laten verlopen en de ouder en kind de gelegenheid te geven te wennen aan de nieuwe situatie en de financiële verantwoordelijkheid op elkaar af te stemmen kan er een toeslag worden verstrekt ter hoogte van het verschil. Als het kind een aanvraag studiefinanciering heeft ingediend, wordt voorafgaand aan de toeslag voormalig eenoudergezin een overbruggingstoeslag verstrekt (zie onder 14.1.1). De toeslag voormalig eenoudergezin gaat in vanaf de datum toekenning studiefinanciering. Hoogte bijzondere bijstand oud inkomen, incl. VT € kinderbijslag € totaal € huidig inkomen ouder, incl. VT € huidig inkomen kind (als van toepassing incl. VT) € verschil De toeslag wordt gedurende 6 maanden verleend met een afbouw over twee periodes van drie maanden, te weten: • de eerste periode van drie maanden: 100% van de toeslag; • de tweede periode van drie maanden: 50% van de toeslag. Bewijsstukken • specificatie kinderbijslag; • specificatie van het huidige inkomen van het kind (bijvoorbeeld studiefinanciering, loon-/uitkeringsspecificatie).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel