Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.4

Legeskosten verblijfsvergunningen (B012)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011

7.4.1 Legeskosten verblijfsvergunning Bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning bestaat er geen recht op bijzondere bijstand voor legeskosten. Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand is het namelijk van belang dat iemand gelijkgesteld kan worden met een Nederlander (artikel 11 lid 2 en 3 WWB). Bij een eerste aanvraag is dit niet het geval. Ook voor de verlenging van de verblijfsvergunning bestaat er in principe geen recht op bijzondere bijstand. Jarenlange bijstandsafhankelijkheid (zonder over de betreffende periode bestaan van aflossingsverplichtingen), gestegen legeskosten en het feit dat verblijfsvergunning in principe tijdelijk is, kunnen niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt. In het geval aantoonbaar gemaakt kan worden dat, buiten toedoen van belanghebbende, geen mogelijkheid is geweest tot reservering kan er mogelijk bijzondere bijstand verstrekt worden. Hoogte bijzondere bijstand Er wordt maximaal bijzondere bijstand verstrekt ter hoogte van de legeskosten. Bewijsstukken • Nota leges; • Bank-/giroafschriften waaruit blijkt waarom er geen mogelijkheid tot reservering is (ge-weest). 7.4.2 Kosten naturalisatie De kosten voor naturalisatie zijn geen noodzakelijke kosten. Er kan voor deze kosten dan ook geen bijzondere bijstand worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel