**1.** De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht
omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie
ter kennis is gekomen;
**2.** De geheimhoudingsplicht van de commissie geldt ook ten opzichte van
raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de
commissie zijn geweest;
**3.** Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie
als na ontbinding van de commissie;
**4.** De leden een tot en met drie van dit artikel zijn op overeenkomstige
wijze van toepassing op degenen, die op grond van artikel 7 de
commissie ambtelijke bijstand verlenen en de adviseur van de
commissie;
**5.** De geheimhouding brengt onder meer met zich mee dat, anders dan door
tussenkomst van de commissaris, geen inlichtingen – schriftelijk of
mondeling – kunnen worden ingewonnen over de kandidaten en dat
overleg met derden is uitgesloten;
**6.** De commissie treft een voorziening met betrekking tot de wijze
waarop de privacybelangen van de kandidaat verder worden beschermd,
bij voorbeeld bij de bepaling van plaats en tijdstip van de
gesprekken en bij het voeren van de correspondentie;
**7.** Er vindt geen correspondentie plaats over kandidaten, over met
kandidaten gevoerde gesprekken of andere informatie via e-mail.
Afdeling 1
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verordening op de vertrouwenscommissie regelende de samenstelling en werkwijze van de commissie, alsmede de geheimhouding