Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

- Toeslagen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen

1.. De norm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 20% van de gehuwdennorm indien in dezelfde woning geen anderen hun hoofdverblijf hebben. 2.. De norm wordt verhoogd met een toeslag van 10% van de gehuwdennorm bij de alleenstaande en de alleenstaande ouder die met één of meer anderen het hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 3.. In afwijking van lid 2 wordt de norm verhoogd met een toeslag van 20% indien: als gevolg van de medebewoning beroepsmatige verzorging volledig of in belangrijke mate achterwege blijft, dan wel wordt voorzien in de zorgbehoefte van een bloedverwant in de tweede graad; het uitsluitend één of meer kinderen jonger dan 21 jaar betreft; het uitsluitend één of meer kinderen van 21 jaar of ouder betreft, die onderwijs of een beroepsopleiding volgen zoals bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. 4.. In afwijking van de vorige leden wordt de norm niet verhoogd met een toeslag indien er sprake is van samenloop van een WWB-uitkering en een WIJ-inkomensvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel