In deze verordening wordt verstaan onder
1.
de wet:
de Wet werk en bijstand;
2.
woning:
een woonruimte waarin geen wezenlijke woonfuncties, te weten woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere wooneenheden worden gedeeld. Onder een woning wordt mede verstaan een woonwagen en een woonschip;
3.
woonkosten:
1.
indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs, als bedoeld in de Huursubsidiewet;
2.
indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
4.
norm:
de uitkeringsbedragen zoals bedoeld in artikel 21 van de wet;
5.
hulpbehoevende:
degene die, indien hij niet tezamen met een andere, niet tot het gezin behorende persoon de woning zou bewonen, zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een verzorgingshuis of in een andere inrichting ter verpleging of verzorging. Onder hulpbehoevende wordt ook verstaan een bloedverwant in de tweede graad die zorgbehoeftig is;
6.
de peildatum:
de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van deze verordening, dan wel, in geval van toepassing van artikel 11, de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van dit artikel, onder toepasselijkheid van artikel 15.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand.