Aan de ambtenaar die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling ingevolge een schriftelijke aanwijzing van het bevoegd gezag zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend.
De toelage bedraagt:
2,5% voor elke verrichte weekdienst (maandag 7.00 uur tot zaterdag 7.00 uur):
2,5% voor elke verrichte weekeinddienst (van zaterdag 7.00 uur tot maandag 7.00 uur) De toelage wordt berekend over het maximum van schaal 4 bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.
De op basis van het tweede lid berekende toelage wordt verhoogd met 50% over de uren waarop aan de opgedragen bereikbaarheid en beschikbaarheid een extra plaatsgebondenheid op of rond de plaats van tewerkstelling is verbonden.
In afwijking van het tweede en derde lid kan het bevoegd gezag een vaste toelage toekennen.
De toelage, bedoeld in het vierde lid, wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het tweede en derde lid en de mate waarin de ambtenaar zich ingevolge een schriftelijke aanwijzing van het bevoegd gezag bereikbaar en beschikbaar moet houden (zie bijlage A.) De toelage wordt aangepast indien zich wijzigingen voordoen in de Berekeningsgrondslag daarvan.
In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen welke het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.
Inconveniententoelage