Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Weigeringsgronden

Onderdeel van Leefmilieuverordening Veenendaal 2002

1.. Burgemeester en wethouders weigeren de in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde ontheffingen als: de betreffende gebouwen of terreinen zijn gelegen binnen de in artikel 1 met "1" aangemerkte gebieden, zulks indien de aangevraagde ontheffing betrekking heeft op een horeca-activiteit; de horeca-activiteit waarvoor ontheffing wordt gevraagd, gerangschikt dient te worden in de categorieën VI en/of VII, zoals aangegeven op de bij deze voorschriften behorende bijlage I, zulks met uitzondering van de gebouwen en terreinen gelegen aan de noordzijde van de Markt, tussen de Fluitersstraat en de Hoofdstraat, alwaar ook horeca-activiteiten kunnen worden toegestaan die gerangschikt worden onder categorie VI; van de gebruikswijziging ten behoeve van bedrijf, winkel of horeca-activiteit waarvoor ontheffing wordt gevraagd onaanvaardbare gevolgen voor de woon- en werkomstandigheden in of het uiterlijk aanzien van de omgeving te verwachten zijn. 2.. Van de in het eerste lid, onder c bedoelde onaanvaardbare gevolgen is in ieder geval sprake, indien: de gebruikswijziging een zodanig verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; de gebruikswijziging onder de werking van de Wet milieubeheer (Stb. 1992, 551) of andere milieuwetgeving valt en niet door het stellen van voorwaarden verantwoord is; de gebruikswijziging een zodanige activiteit betreft die kan leiden tot geluidsoverlast, die niet door het stellen van voorwaarden kan worden beperkt. 3.. Burgemeester en wethouders weigeren de in artikel 6 bedoelde ontheffing als: er binnen de gemeente reeds één seksinrichting aanwezig is of kan worden gevestigd; er sprake is van een geheel of gedeeltelijk bewoond gebouw; er risico’s voor het woon- en/of werkklimaat zijn of dreigen; er sprake is van de vestiging binnen een straal van 300 meter rond ingangen van gebedsruimten, scholen en kinderdagverblijven. [aan lid 3 onder d. is goedkeuring onthouden door gedeputeerde staten van Utrecht bij besluit van 7 oktober 2003]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel