Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Den Haag

1.. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die: in de maand voorafgaande aan de dag van aanvraag een inkomen had dat niet hoger is dan 130% van het wettelijk sociaal minimum en op de peildatum gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is 110% van het wettelijk sociaal minimum. 2.. Voor een gezin als bedoeld in artikel 4c van de wet geldt als wettelijk sociaal minimum de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21c van de wet, exclusief eventuele heffingskortingen. 3.. Voor de alleenstaande als bedoeld in artikel 4a van de wet geldt als sociaal minimum de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21a van de wet verhoogd met de toeslag als bedoeld in artikel 25 lid 2 van de wet, exclusief eventuele heffingskortingen. 4.. Voor de belanghebbende die aan een traject van schuldbemiddeling of schuldsanering deelneemt via een erkend schuldhulpverlener geldt, dat het inkomen gedurende het traject gelijkgesteld wordt met het wettelijk sociaal minimum.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel