Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 13

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de Politieke Markt

Na de opening van een carousselsessie kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen van de carrouselsessie; Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tot uiterlijk 12.00 uur op de dag van de Politieke Markt bij de griffier; De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd; De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan aan de leden van de carrousel toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de carrousel, behalve wanneer de voorzitter daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft. De voorzitter kan aanwezigen op de publieke tribune het woord geven gedurende de carrouselsessie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel