Het college verleent slechts een woonvoorziening als genoemd in artikel 23 onder a. indien:
de technische levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is;
het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen;
het woonschip ten tijde van de indiening van de aanvraag bij de gemeente op de ligplaats lag;
de hoofdbewoner van een woonschip in het bezit is van een huisvestigingsvergunning als bedoeld in de Huisvestingswet.
Hoofdstuk 2 › § 2.2
Artikel 32
Woonschepen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)