De door het college, ter compensatie van aantoonbare beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, te verlenen voorziening kan bestaan uit:
gebruik van een collectief systeem van aanvullend, al dan niet openbaar, vervoer;
een scootmobiel (maximaal 15 km/uur);
een driewiel-, elektrische of rolstoelfiets;
een al dan niet aangepaste open buitenwagen;
een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
een al dan niet aangepaste auto;
een aanpassing van een eigen auto of ander eigen vervoermiddel;
een tegemoetkoming in de kosten van vervoer buiten Den Haag, maar binnen de regio Haaglanden, mits gereisd wordt met Regiotaxi Haaglanden;
een financiële tegemoetkoming in de kosten van gebruik van een eigen auto, dan wel taxi, dan wel vervoer door een derde;
een financiële tegemoetkoming in de kosten voor het gebruik van een rolstoeltaxi of ligtaxi;
een financiële tegemoetkoming in de kosten voor het gebruik van een bruikleenauto, dan wel het gebruik van een open of gesloten buitenwagen;
begeleidingskosten bij het gebruik van het openbaar vervoer;
vergoeding van de kosten voor een parkeervoorziening in verband met een handicap;
een in de Regeling te noemen voorziening;
een financiële tegemoetkoming in de kosten van een tweewielfiets met elektrische trapondersteuning voor het niet algemeen gebruikelijk deel.
Hoofdstuk 2 › § 2.4
Artikel 43
Voorzieningen voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)