Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.1

Artikel 16

Recht op de voorziening hulp bij het huishouden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)

1.. De persoon als bedoeld in artikel 1, aanhef, onder h. kan voor hulp bij het huishouden in aanmerking worden gebracht als hij door zijn beperkingen niet of onvoldoende in staat is tot het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van zichzelf of de leefeenheid waartoe de persoon behoort. 2.. De mantelzorger die zijn taken tijdelijk niet kan waarnemen kan gedurende maximaal zes weken in aanmerking komen voor respijtzorg. De omvang wordt vastgesteld aan de hand van de geïndiceerde zorgbehoefte. Het college legt in de Regeling nadere voorschiften vast over de inhoud en omvang van respijtzorg. 3.. Een voorziening wordt verstrekt tot op het niveau dat de aantoonbare beperking bij het voeren van een huishouden als gevolg van ziekte of gebrek, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem is opgeheven of zoveel als redelijkerwijs mogelijk verminderd. 4.. In afwijking van het gestelde in artikel 2, eerste lid, kan de in artikel 17 te vermelden voorziening worden verstrekt als deze kortdurend noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel