Het college verleent slechts een woonvoorziening als genoemd in artikel 23 onder a. indien:
de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is;
de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag bij de gemeente op de standplaats stond;
de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een huisvestingsvergunning als bedoeld in de Huisvestingswet.
Hoofdstuk 2 › § 2.2
Artikel 31
Woonwagens
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)