Het college verleent slechts een woonvoorziening als genoemd in artikel 23 onder a. indien:

  • - de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is;
  • - de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
  • - de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag bij de gemeente op de standplaats stond;
  • - de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een huisvestingsvergunning als bedoeld in de Huisvestingswet.