Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.4

Artikel 42

Recht op een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag (2009)

1.. De persoon als bedoeld in artikel 1, aanhef, onder h. kan voor het collectief aanvullend vervoer als vermeld in artikel 43 onder a. in aanmerking worden gebracht, indien hij door zijn beperkingen het openbaar vervoer niet kan bereiken of gebruiken. 2.. De persoon als bedoeld in artikel 1, aanhef, onder h. kan voor een individuele vervoersvoorziening als vermeld in artikel 43 onder b. tot en met n. in aanmerking worden gebracht, indien hij door zijn beperkingen het collectief aanvullend vervoer als bedoeld in artikel 43 onder a. niet kan gebruiken. 3.. In afwijking van het gestelde in het tweede lid kan een persoon met beperkingen in aanmerking komen voor de voorziening als vermeld in artikel 43 onder b. en c. voorzover deze oplossing biedt voor het tijdens het indicatieonderzoek vastgestelde probleem in het functioneren. 4.. In aanvulling op het gestelde in het tweede lid kan de voorziening als vermeld in artikel 43 onder f. slechts worden verstrekt in het geval een andere voorziening als genoemd in artikel 43 geen adequate oplossing biedt om de persoon met beperkingen in staat te stellen zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en maatschappelijke participatie in het kader van het leven van alledag anders onmogelijk is. Hetgeen is bepaald in artikel 2 blijft onverminderd van toepassing. 5.. De voorziening als vermeld in artikel 43 kan worden verstrekt tot op het niveau dat de aantoonbare beperking bij het lokaal verplaatsen per vervoermiddel als gevolg van ziekte of gebrek, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem is opgeheven of zoveel als redelijkerwijs mogelijk verminderd. Hierbij geldt dat er rekening wordt gehouden met de lokale vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen om hem in staat te stellen tot maatschappelijke participatie in het kader van het leven van alledag en, indien nodig, dat hij zich zodanig kan verplaatsen dat aansluiting kan worden gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoerssystemen. 6.. Een persoon met beperkingen kan voor meerdere vervoersvoorzieningen als vermeld in artikel 43 in aanmerking worden gebracht, wanneer het gestelde in het vijfde lid niet met één vervoers-voorziening te behalen is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel