Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 11

Verbodsbepalingen

Onderdeel van Verordening Scheveningen Haven 2008

1.. Het is verboden: de buitenhavens anders te gebruiken dan als doorvaart vanaf zee naar en van de andere gedeelten van de haven en omgekeerd; de doorvaart van de eerste haven naar de voorhaven anders te gebruiken als doorvaart van de eerste haven naar de voorhaven en omgekeerd; de doorvaart van de eerste haven naar de tweede haven (De Pijp) anders te gebruiken dan als doorvaart van de eerste haven naar de tweede haven en omgekeerd; in het havengebied te zwemmen; in het havengebied met netten te vissen; in de haven te varen met schepen zonder mechanische voortstuwing; in de haven te varen met waterscooters; in de haven harder te varen dan 7 kilometer per uur; in de haven een ander schip te slepen; de voortstuwers te gebruiken, indien een schip gemeerd ligt of aan de grond zit; in de haven buiten de zijden van een schip, voorwerpen te laten uitsteken zoals laadbomen, korbomen, ijzers of punten; 's nachts aan boord van een schip een klok te luiden, tenzij in geval van brand of enig ander onheil; zodanig te handelen of na te laten, dat voorwerpen of goederen van welke aard ook in de haven geraken; in de haven een schip te water te laten; in de haven een schip te verbouwen of te slopen; enig voorwerp op de loopbruggen, steigers, kaderanden of het remmingwerk te plaatsen. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de verboden in het eerste lid, onder a, b, c, f, i, j, k, n, en/of p. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid voorwaarden verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel