Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 22

Laden en lossen

Onderdeel van Verordening Scheveningen Haven 2008

1.. Onverminderd het bepaalde in de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag 2008, is het verboden bij het lossen en/of laden van een schip de daarbij betrokken goederen te plaatsen op een deel van de kade: dat niet daarvoor is bestemd of aangewezen; dat blijkens de door burgemeester en wethouders vastgestelde indeling is bestemd of aangewezen ten behoeve van een andere categorie schepen dan waartoe dat schip behoort. 2.. Het is verboden bij het lossen en/of laden van een schip te handelen in strijd met de door een ambtenaar van de afdeling Verkeerscentrale en Haven, dan wel de PFSO indien het een ISPS plichtig schip betreft, gegeven of te geven aanwijzingen. 3.. Het is verboden op de kaden andere goederen te plaatsen of op te slaan dan die, welke uit een schip zijn gelost of in een schip moeten worden geladen. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het opslaan van goederen op de kaden een termijn vaststellen. 5.. In dit artikel wordt onder goederen tevens dieren verstaan. 6.. De kapitein of bij diens afwezigheid de eigenaar of de reder van een vaartuig of diens vertegenwoordiger, dat aan de kade is geladen en/of gelost, is verplicht het voor dat doel gebruikte gedeelte van de kade direct na de belading en/of de afvoer van de goederen te reinigen of te doen reinigen. 7.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor de verboden in het eerste en derde lid. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een ontheffing genoemd in het eerste en derde lid voorwaarden verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel