Naar hoofdinhoud

Artikel 21

Maatregelen voor werkzaamheden in groenvoorzieningen

Onderdeel van Voorschriften werkzaamheden ondergrondse infrastructuren

1.. Gras in gazons dient in dunne zoden te worden verwijderd. De zoden met de begroeide kanten tegen elkaar opslaan, zo nodig vochtig houden en zo spoedig mogelijk weer aanbrengen. Na aanbrengen de zoden aandrukken, invegen met teelaarde, bemesten en zo nodig water geven, tenzij anders wordt overeengekomen. 2.. Gras in bermen en overig landschappelijk gras frezen. Na het aanvullen van de sleuven opnieuw gras van zoveel mogelijk overeenkomstige rassen inzaaien. 3.. Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd dan na instemming van de gemeente. Opgenomen beplanting dient te worden ingekuild, zo spoedig mogelijk weer te worden teruggezet, zo nodig voor het terugzetten inkorten en zo nodig water geven. 4.. Teruggezette beplanting dient te worden ingeboet in het plantseizoen.

Rechtspraak bij dit artikel