**1..** In de periode april tot en met oktober moet gras in gazons door aanbieder in dunne zoden, dikte 3 à 5 cm, worden verwijderd door middel van een zodensnijder. De zoden moeten met de begroeide kanten tegen elkaar worden opgeslagen, zo nodig vochtig worden gehouden, en zo spoedig mogelijk weer provisorisch teruggebracht worden.
**2..** Vinden de werkzaamheden buiten de periode van april tot en met oktober plaats, dan moeten de verwijderde zoden door en op kosten van aanbieder worden afgevoerd. In de eerstkomende groeiperiode van april tot en met oktober zal de sleuf door de gemeente worden ingezaaid met gras van overeenkomstig ras. De sleuf moet wel worden aangevuld tot dezelfde hoogte als het omliggende gazon.
**3..** Gras in bermen en overig landschappelijk gras moet gefreesd worden. Na het aanvullen van de sleuf zal door de gemeente opnieuw gras van zoveel mogelijk overeenkomstige rassen ingezaaid worden.
**4..** Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd dan na instemming van de gemeente. Opgenomen beplanting moet worden ingekuild. De opgenomen beplanting zal zo spoedig mogelijk weer door de gemeente worden teruggezet.
**5..** Als terugzetten niet mogelijk is, moet de beplanting worden gerooid. De beplanting zal door de gemeente worden ingeboet in het betreffende plantseizoen (zoals vernoemd in de vigerende Standaard RAW-Bepalingen) met de oorspronkelijke soorten en maten.
**6..** Gemeente en vergunninghouder komen overeen welke maatregelen worden genomen om schade aan te handhaven beplanting te beperken.
Artikel 21
Maatregelen voor werkzaamheden in groenvoorzieningen
Onderdeel van Voorschriften werkzaamheden ondergrondse infrastructuren .