Lid 1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving.
Lid 2.
Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving.
Lid 3.
Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootermobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.
Lid 4.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
Lid 5.
1. Indien het inkomen meer bedraagt dan de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2011 voor de diverse cfategorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt een persoon geacht zelfredzaam te zijn in de kosten van vervoer in de directe leefomgeving.
2. Indicatiestellingen op basis waarvan vóór 01-01-2001 een vergoeding is toegekend voor het gebruik van een eigen aangepaste auto blijven van het in werking treden van deze verordening gehandhaafd tot het moment dat:
a. een nieuwe indicatie wordt gesteld in het kader van deze verordening, of
b. het kenteken van de eigen (aangepaste) auto niet meer op naam van de gehandicapte dan wel diens wettelijke partner of ander inwonende gezinslid staat.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 2.
Artikel 15.
Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011