Naar hoofdinhoud
1. In afwijking van artikel 8 van de Asv wordt voor 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd, de aanvraag voor de per boekjaar verstrekte subsidie, als bedoeld in afdeling 4.2.8 Awb, ingediend. 2. Het activiteitenplan geeft aan welke concrete stappen de zorgaanbieder het komende jaar zal ondernemen om uitvoering te geven aan zijn beleid. Hierbij wordt aangesloten aan de eisen in de wet en de andere doelen die gedeputeerde staten in het Provinciaal Beleidskader Jeugdzorg en het Uitvoeringsprogramma Jeugdzorg hebben opgenomen. 3. De aanvraag is uitgesplitst naar de volgende onderdelen: DUZ; de aanvraag wordt geduid in termen van uit de instelling te stromen unieke cliënten maal het vastgestelde tarief; NDUZ; de aanvraag wordt geduid in termen van te benutten capaciteitsplaatsen per kalenderjaar maal het vastgestelde tarief; crisishulpverlening; de aanvraag wordt geduid in termen van beschikbare capaciteitsplaatsen per kalenderjaar maal het vastgestelde tarief; huisvestingkosten. 4. De met de in het derde lid onder a tot en met c bedoelde onderdelen gemoeide bedrag wordt in de aanvraag onderverdeeld in de hulpvarianten: (1) residentieel, (2) dagbehandeling, (3) pleegzorg en (4) ambulant. 5. Indien voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie is aangevraagd, gaat de aanvraag, naast de bescheiden die reeds worden genoemd in art 4:64 van de Awb, vergezeld van: een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld in art 2:289 van het Burgerlijk Wetboek, en in het geval van zorgaanbieders die eerder door andere overheden dan door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht gesubsidieerde jeugdzorg hebben uitgevoerd: de twee meest recente inspectierapporten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel