Naar hoofdinhoud
1.. Voor de vaststelling van de subsidie over een schooljaar zenden de in artikel 2 bedoelde instanties voor 1 november na afloop van het desbetreffende schooljaar aan burgemeester en wethouders voor elke school afzonderlijk een jaarverslag. 2.. Dit jaarverslag bevat in ieder geval de volgende gegevens: de namen van de personen, belast met het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs dat werd gegeven; het totaal aantal uren per lesweek gedurende welke godsdienst- of vormingsonderwijs werd gegeven; de groepen, waarin deze lessen werden gegeven; de dagen en uren, gedurende welke deze lessen werden gegeven; de aantallen leerlingen die per groep de lessen hebben bijgewoond. 3.. Elke leerling mag voor de berekening van de subsidie slechts éénmaal worden meegeteld. 4.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het in lid 1 genoemde jaarverslag voor akkoordverklaring voor te leggen aan de directeur van de betreffende basisschool.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel