Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Liggeldverordening Oude Eemskanaal

Van het betalen van liggeld zijn vrijgesteld: vaartuigen die in eigendom toebehoren aan de leden van het Koninklijk Huis; vaartuigen van buitenlandse mogendheden, die voor vlagvertoon Nederland bezoeken; vaartuigen in directe dienst van het Rijk, het Havenschap Delfzijl Eemshaven, het waterschap Noorderzijlvest, het waterschap Hunze en Aa's, de gemeente Delfzijl of de provincie Groningen, mits daarmee geen goederen voor rekening van derden worden vervoerd; opleidingsvaartuigen voor zee- en binnenvaart, zolang zij voor dit doel worden gebruikt;. schepen bestemd en ingericht voor het houden van vakanties door groepen van mensen met een fysieke dan wel psychische beperking; boten, behorende bij een schip, waarvoor liggeld is betaald of voor welk schip krachtens de verordening geen liggeld verschuldigd is; schepen, die op grond van een ontheffing of van de voorwaarden van een afzonderlijke vergunning van Gedeputeerde Staten van het betalen van liggeld zijn ontheven; schepen, die ten gevolge van gesloten water door ijs niet kunnen vertrekken, tenzij zij ook bij open water niet zouden zijn vertrokken, een en ander ter beoordeling van het in artikel 5, eerste lid, bedoelde hoofd van de afdeling Kanaalbeheer; schepen, die anders dan in geval van tijdig aangekondigde stremming, zijn verplicht te wachten op doorlating door brug of sluis; schepen, die ten gevolge van sterke stroming, weer, wind of getij, persoonlijk ongeval of sterfgeval aan boord, gedwongen zijn te blijven liggen, tot de eerste gelegenheid om te vertrekken, doch niet langer dan 24 uren, een en ander ter beoordeling van het hoofd van de afdeling Kanaalbeheer en, in zeer bijzondere gevallen, kan met toestemming van het hoofd van de afdeling Kanaalbeheer de vrijstelling tot ten hoogste 4 x 24 uur worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel