Geen bijdrage op grond van deze verordening wordt toegekend aan:
de aanvrager van wie, naar het oordeel van het college, kan worden aangenomen dat het bestedingspatroon een beletsel vormt voor een duurzame oplossing van de financiële problematiek;
de aanvrager die blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoor- delijkheid voor de voorziening in het bestaan.