Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van geen uitzicht hebben op inkomensverbetering is voldaan
indien op de uitkering van de belanghebbende gedurende een periode van 12 maanden vóór de peildatum geen verlaging op grond van artikel 9, derde of vierde lid of artikel 15, eerste lid, onderdeel a van de Afstemmingsverordening WWB 2009 is toegepast; en
indien de belanghebbende gedurende (een deel van) de referteperiode geen opleiding of studie heeft gevolgd dan wel volgt als bedoeld in de WTOS of de WSF 2000.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
- Geen uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009