Deze verordening wordt aangehaald als Noodverordening PSV-Legia Warschau 2011.
Deze verordening wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.
Deze verordening treedt in werking op woensdag 14 september 2011 om 16.00 uur en houdt van rechtswege op te gelden op vrijdag 16 september 2011 om 06.00 uur, tenzij zij wordt ingetrokken of verlengd.
De verbodsbepalingen in deze verordening gelden niet voor zover een hogere regeling daarin al voorziet.
Het bevoegd gezag kan ontheffing geven van de verboden gegeven in de artikelen 2, 3, 4, eerste lid, en 6 en aan een dergelijke ontheffing voorwaarden verbinden die noodzakelijk zijn ter handhaving van de openbare orde.
De toelichting van de burgemeester op deze noodverordening luidt als volgt.
Op 15 september 2011 vindt de Europa Leaguewedstrijd plaats tussen PSV en Legia Warschau. Dit vergt vergaande openbareordemaatregelen. Gewone juridische instrumenten kunnen worden ingezet. Bijv. het Wetboek van Strafrecht (bijv. inzake discriminatie, opruiing, (medeplichtigheid tot) geweldpleging), de Wet wapens en munitie, het Vuurwerkbesluit i.v.m. de Wet op de economische delicten en de APV (bijv. samenscholing, uitdaging tot ongeregeldheden, ordeverstoring in de horeca of het stadion, lopen buiten de afzetting of route). Daarnaast is het gelet op de specifieke omstandigheden nodig bijzondere algemeen verbindende voorschriften te geven. Daarvoor dient deze noodverordening. Overtreding is strafbaar (artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht).
Artikel 1 bevat definities. Deze spreken voor zich. Het begrip supporter wordt zo veel mogelijk geobjectiveerd. Met deskundige wordt gedoeld op bijv. de politie of zgn. spotters, die een betrokkene kunnen herkennen, ook als deze niet anderszins als supporter herkenbaar is. Het begrip openbare plaats wordt gedefinieerd zoals dat in de APV 2010 is gedaan. Daar vallen ook wegen en de horeca onder. Politiemensen gelden voor deze verordening ook als bevoegd gezag, naast de bevoegde bestuursorganen. Zij blijven daarbij wel hiërarchisch en gezagsmatig ondergeschikt.
Artikel 2 gaat over ADO- en Charleroi-supporters. Zij hebben bij deze wedstrijd niets te zoeken en het gevaar van verstoring van de openbare orde dwingt ertoe hen uit de gemeente weg te houden. Als zij binnen bij iemand thuis zijn, moeten zij daar blijven. De ontheffingsclausule in artikel 7 biedt de mogelijkheid van maatwerk in uitzonderlijke gevallen.
Artikel 3 gaat over Legia-supporters die niets in Eindhoven te zoeken hebben en geen geldig toegangsbewijs (zullen) hebben, terwijl dit wel nodig is. Dit laatste vereiste voorkomt dat bijv. VIP’s van Legia Warschau, die geen voucher hoeven te hebben om toegang te krijgen, onder de bepaling vallen. Verder geldt de toelichting die zonet op artikel 2 is gegeven.
Artikel 4 regelt de omwisselplaats en de speciale parkeer- en vervoersfaciliteiten voor Legia-supporters met een voucher of kaartje. Dit is een cruciaal onderdeel om hun aanwezigheid in goede banen te leiden. Het gebruik en de goede werking daarvan moeten daarom worden gegarandeerd, tenzij dit niet (meer) nodig of mogelijk wordt gevonden. De termen ‘beletten, belemmeren of verijdelen’ zijn ontleend aan artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 5 moet voorkomen dat ordeverstorende, gevaarlijke of verhullende voorwerpen of stoffen op openbare plaatsen komen. Met voorwerpen worden roerende zaken bedoeld. Stoffen zijn bijv. gassen en vloeistoffen. Deze kunnen ook een normale bestemming hebben. Met verwijzing naar de aard of omstandigheden – een begrip uit de Wet wapens en munitie – is bedoeld zo veel mogelijk te objectiveren waaruit moet worden afgeleid dat die normale bestemming in het concrete geval niet aan de orde is. De door de wedstrijd gekleurde openbare orde speelt daarbij ook een rol. Het kan bijv. gaan om motorhelmen, mutsen en sjaals. De handelingen die men verricht (vervaardigen etc.) zijn ook ontleend aan de Wet wapens en munitie. De begrippen belemmeren etc. zijn ontleend aan artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Er moet rekening mee worden gehouden dat veel wapens en zwaar vuurwerk al onder landelijke wetgeving zijn verboden (Wet wapens en munitie en Vuurwerkbesluit i.v.m. Wet op de economische delicten).
Artikel 6 geeft een bevoegdheidsgrondslag voor de nodige bevelen, vorderingen en aanwijzingen. De politie kan in dat kader bijv. bepalen dat mensen weg moeten. De beperking is gelegen in de handhaving van deze verordening of de noodzaak van openbareordehandhaving. Het is dus niet mogelijk willekeurig winkelend publiek buiten de stad te zetten. Ook moet worden bedacht dat een politieambtenaar hiërarchisch en gezagsmatig ondergeschikt blijft en de opdrachten van meerderen en de officier van justitie en de burgemeester moet opvolgen. Legia-supporters kan specifiek worden gezegd dat zij zich op een bepaalde manier laten vervoeren. Denk aan pendelbussen en de trein. Personen die in Eindhoven wonen, kunnen ten slotte niet uit de gemeente worden weggestuurd, maar wel naar huis. Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht stelt overtreding van artikel 6 onder omstandigheden strafbaar. Voor zover dat niet zo is, doet het laatste lid dat.
Artikel 7 bevat in de eerste plaats de citeertitel. Artikel 176, tweede lid van de Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester de bekendmakingswijze vaststelt. Er is nog gelegenheid voor publicatie in het Gemeenteblad. Internet is bovendien een effectieve communicatiewijze. De regels zullen overigens ook in Den Haag, Charleroi en Warschau worden uitgedragen. Voor en na de wedstrijd moet er voldoende tijd zijn voor de politie om te handelen. Vandaar de geldigheidsduur van de verordening. Er is voorzien in een bepaling die recht doet aan de algemene regel dat hoger recht voor lager recht gaat. Voor maatwerk is ten slotte in een ontheffingsmogelijkheid voorzien, waarbij de belangen van de openbare orde echter niet uit het oog worden verloren.
Eindhoven, 12 september 2011.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, burgemeester.
, secretaris.
Uitgegeven, 12 september 2011.
Mij bekend,
de gemeentesecretaris van Eindhoven,
mw. drs. P.M. Pistor.
fvl/RA11031550