**1..** Onder de subsidiabele instandhoudingskosten worden begrepen de door of namens het college goedgekeurde bedragen van:
**a..** de aanneemsom;
**b..** de risico-verrekening van loon- en materiaalstijgingen;
**c..** het honorarium van de architect en de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;
**d..** de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten;
**e..** de leges van de bouw- en/of monumentenvergunning, die indien van toepassing evenredig worden verdeeld tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele instandhoudingskosten;
**f..** de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is;
**g..** de kosten van een bouwhistorische opname, gericht op instandhouding;
**h..** een reservering voor noodzakelijk meerwerk dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten rederlijkerwijze niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom.
**2..** Het college houdt bij de bepaling van de subsidiabele instandhoudingskosten mede rekening met de authenticiteit, noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid van de desbetreffende instandhoudingswerkzaamheden en de daarbij te gebruiken materialen.
Paragraaf 4
Artikel 12
Subsidiabele instandhoudingskosten
Onderdeel van Erfgoedsubsidieverordening 2009 gemeente Roosendaal