Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 10

Beoordelingscriteria

Onderdeel van Erfgoedsubsidieverordening

1.. Het college kan subsidie verlenen voor het uitvoeren van instandhoudingswerkzaamheden indien aan de volgende beoordelingscriteria wordt voldaan: uit de beschrijving van de bouwtechnische staat als bedoeld in artikel 7 lid 2 onder a blijkt de noodzaak tot uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden; het onderhoudsplan als bedoeld in artikel 7 lid 2 onder i, indien het college om indiening van dat plan heeft verzocht, is door het college goedgekeurd; de voor het verrichten van de instandhoudingswerkzaamheden noodzakelijke vergunningen zijn verleend; er is niet reeds een begin gemaakt met de instandhoudingswerkzaamheden zonder schriftelijke toestemming van het college; de kosten van de instandhoudingswerkzaamheden vloeien niet voort uit schade waartegen verzekering mogelijk is; de kosten van de instandhoudingswerkzaamheden staan in redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat; het gemeentelijk monument dan wel de gemeentelijke gevelwand voldoet na het uitvoeren van de instandhoudingswerkzaamheden naar het oordeel van het college aan redelijke eisen vanuit een oogpunt van monumentenzorg; voor de instandhoudingswerkzaamheden is niet binnen een termijn van tien jaren voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend, subsidie verleend; de subsidiabele instandhoudingskosten bedragen ten minste € 12.500,=; er doet zich geen van de weigeringsgronden als genoemd in artikel 20 lid 1 of uit hoofde van artikel 20 lid 3 voor. 2.. Bij zijn beslissing op aanvragen om subsidie houdt het college in elk geval mede rekening met: de monumentale waarde van het gemeentelijk monument dan wel de gemeentelijke gevelwand; de bouwtechnische en uiterlijke staat van het gemeentelijk monument dan wel de gemeentelijke gevelwand, mede in relatie tot zijn omgeving; het huidige en het toekomstige gebruik van het gemeentelijk monument dan wel van de onroerende zaak waarvan de gemeentelijke gevelwand deel uitmaakt. 3.. In bijzondere gevallen kan het college ontheffing verlenen van de criteria genoemd in de leden 1 en 2. 4.. De in lid 1 onder h bedoelde termijn geldt in geval de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijke gevelwand, per afzonderlijke onroerende zaak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel