Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 12

Subsidiabele instandhoudingskosten

Onderdeel van Erfgoedsubsidieverordening

1.. Onder de subsidiabele instandhoudingskosten worden begrepen de door of namens het college goedgekeurde bedragen van: de aanneemsom; de risico-verrekening van loon- en materiaalstijgingen; het honorarium van de architect en de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is; de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten; de leges van de bouw- en/of monumentenvergunning, die indien van toepassing evenredig worden verdeeld tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele instandhoudingskosten; de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is; de kosten van een bouwhistorische opname, gericht op instandhouding; een reservering voor noodzakelijk meerwerk dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten rederlijkerwijze niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom. 2.. Het college houdt bij de bepaling van de subsidiabele instandhoudingskosten mede rekening met de authenticiteit, noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid van de desbetreffende instandhoudingswerkzaamheden en de daarbij te gebruiken materialen.

Rechtspraak bij dit artikel