**1..** Onder de subsidiabele instandhoudingskosten worden begrepen de door of namens het college goedgekeurde bedragen van:
de aanneemsom;
de risico-verrekening van loon- en materiaalstijgingen;
het honorarium van de architect en de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;
de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten;
de leges van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of omgevingsvergunning voor de activiteit monument, die indien van toepassing evenredig worden verdeeld tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele instandhoudingskosten;
de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is;
de kosten van een bouwhistorische opname, gericht op instandhouding;
een reservering voor noodzakelijk meerwerk dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten rederlijkerwijze niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom.
**2..** Het college houdt bij de bepaling van de subsidiabele instandhoudingskosten mede rekening met de authenticiteit, noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid van de desbetreffende instandhoudingswerkzaamheden en de daarbij te gebruiken materialen.