Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5

Artikel 18

Vaststelling subsidie

Onderdeel van Erfgoedsubsidieverordening

1.. Binnen tien weken na ontvangst van de gereedmelding beslist het college of het met de gereedmelding instemt en stelt het de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast. 2.. De subsidie kan lager worden vastgesteld, indien: de instandhoudingswerkzaamheden waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; de eigenaar niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de eigenaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; of de subsidieverlening anderszins onjuist was en de eigenaar dit wist of behoorde te weten. 3.. Kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen 4.. Het college kan een besluit als bedoeld in lid 1 eenmaal met een termijn van zes weken aanhouden voor zover de controle op de juistheid van de gegevens of andere bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Rechtspraak bij dit artikel