**1..** De subsidieverlening wordt geweigerd in het geval als bedoeld in artikel 14 lid 2 en kan worden geweigerd indien:
een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de instandhoudingswerkzaamheden niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de eigenaar niet zal voldoen aan de aan subsidie verbonden verplichtingen;
een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de eigenaar niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte instandhoudingswerkzaamheden en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
de eigenaar in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
de eigenaar failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
**2..** Naast de in lid 1 genoemde gevallen kan de subsidieverlening eveneens worden geweigerd indien:
naar het oordeel van het college niet is voldaan aan een of meer van de criteria uit hoofde van artikel 10 lid 1;
het college daartoe in redelijkheid aanleiding ziet na beoordeling van de aanvraag aan de criteria uit hoofde van artikel 10 lid 2.
**3..** In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in de voorgaande leden.