Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Werkwijze adviseur of adviescommissie

Onderdeel van Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade

1.. Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2.. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat. 3.. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 4.. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit. 5.. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt. 6.. Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. 7.. De adviseur of de adviescommissie zendt binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering het concept advies naar de gemeente. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen. 8.. De gemeente zendt binnen vier weken na ontvangst het concept advies aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a tweede en derde lid, van de wet. 9.. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a tweede en derde lid, van de wet worden door de gemeente in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te reageren. 10.. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, zendt de gemeente binnen drie weken na het verstrijken van de in het negende lid bedoelde termijn de reacties aan de adviseur of de adviescommissie met verzoek om binnen vier weken na toezending van de reacties een advies uit te brengen aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 11.. De gemeente doet in het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend hiervan binnen drie weken na het verstrijken va de in het negende lid bedoelde termijn mededeling aan de adviseur of de adviescommissie met verzoek om binnen twee weken na verzending van de mededeling advies uit te brengen aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel