**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich gedraagt in strijd met de wettelijke bepalingen, als in lid 5 bij dit artikel genoemd een verbod opleggen zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen.
**2..** Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het besluit van de burgemeester genoemde tijdvak van ten hoogste vier dagen nadat dit aan diegene in het belang van de openbare orde naar het oordeel van de burgemeester bij diens besluit bekend is gemaakt.
**3..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan diegene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd de het eerste lid bedoelde artikelen een verbod opleggen zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiektoegankelijke gebouwen en inrichtingen voor een tijdvak van ten hoogste 3 maanden en op de door de burgemeester aangewezen tijdstippen.
**4..** Het bepaalde in het voorgaande geldt niet indien de belanghebbende in het door het college aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties bezoekt, alsdan wordt de kortste route aangewezen, langs welke belanghebbende het gebied dient te betreden dan wel te verlaten.
**5..** De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen zijn, zijn:
Lokaalvredebreuk (artikel 138 WvSr);
Openlijke geweldpleging (artikel WvSr 141);
Wederspannigheid (artikel 180 WvSr);
Niet voldoen aan bevel of vordering (artikel 184 WvSr);
Belediging ambtenaar in functie (artikel 266/267 WvSr);
Bedreiging (artikel 285 WvSr);
Geweld tegen politie en/of burgers (artikel 300/302 WvSr);
Deelnemen vechterij (artikel 306 WvSr);
Vernieling en vandalisme (artikel 350 WvSr);
Baldadigheid (artikel 424 WvSr);
Dronken de orde verstoren (artikel 426 WvSr);
Openbare dronkenschap (artikel 453 WvSr);
Wapenbezit (artikelen 26 en 27 Wet Wapens en Munitie);
Dealen (artikelen 2 en 3 Opiumwet);
Samenscholing en ongeregeldheden (vechten op de openbare weg) (artikel 2:1 APV);
Verboden gedragingen (2:31 APV);
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2:47 APV);
Verboden drankgebruik (artikel 2:48 APV);
Verboden gedrag in of bij gebouwen (artikel 2:49 APV);
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten (artikel 2:50 APV);
Drugshandel op straat (artikel 2:74 APV);
Straatprostitutie (artikel 3:9 APV);
Natuurlijk behoefte doen (artikel 4:8 APV);
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging (artikel 25 Afvalstoffenverordening).
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1
Artikel 2:1a
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening