Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Onafhankelijkheid en Opdrachtverlening accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening gemeente Den Haag

1.. De accountantscontrole als bedoeld in artikel 213, 2e lid GW van de concernrekening met inbegrip van de jaarrekening van de Raadsorganisatie alsmede van de dienstrekeningen, de jaarrekening van het gemeentelijk bedrijf Intern Dienstencentrum en van de rekening van de Centrale Treasury is opgedragen aan de Gemeentelijke Accountantsdienst. 2.. Het college stelt binnen de kaders van deze verordening in een uitvoeringsbesluit nadere regels omtrent de accountantscontrole van de dienstrekeningen, van de rekening van de Centrale Treasury en van de rekening van het gemeentelijk bedrijf het Intern Dienstencentrum. 3.. Binnen de kaders van de Controleverordening gemeente Den Haag kan de raad, in casu via de Rekeningencommissie, in overleg met de accountant aanvullende onderwerpen vaststellen voor de accountantscontrole. 4.. Aan het hoofd van de Gemeentelijke Accountantsdienst Den Haag staat een directeur als deskundige bedoeld in artikel 393, 1e lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die belast is met de leiding van de dienst en met de regeling van alle door de dienst uit te voeren werkzaamheden. 5.. Conform artikel 213, 7e lid van de Gemeentewet wordt de accountant als bedoeld in artikel 393, 1e lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek door de Gemeenteraad benoemd, geschorst en ontslagen. Hij regelt zijn vervanging bij afwezigheid. 6.. De directeur en de medewerkers van de Gemeentelijke Accountantsdienst zijn in de uitoefening van hun werkzaamheden onafhankelijk van hun opdrachtgevers en van degenen omtrent wiens aangelegenheden verklaringen worden afgegeven. 7.. De directeur en de medewerkers van de Gemeentelijke Accountantsdienst zijn bij de uitvoering van opdrachten gebonden aan de voorschriften inzake geheimhouding conform de voor Registeraccountants geldende beroepsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel