Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening gemeente Den Haag

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening en de voor Registeraccountants geldende beroepsregels de wijze, waarop de accountantscontrole wordt ingericht alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de accountantscontrole vindt periodiek (afstemming-)overleg plaats tussen de directeur van de Gemeentelijke Accountantsdienst en de voorzitter van de Rekeningencommissie, de portefeuillehouder Financiën, de gemeentesecretaris en de directeur Financiën.

Rechtspraak bij dit artikel