In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de wet:
wet werk en bijstand;
b.
uitkeringsgerechtigde:
persoon, jonger dan 65 jaar, die algemene bijstand ontvangt op grond van de wet, uitkering ontvangt ingevolge de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
c.
Anw -er:
persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet;
d.
niet-uitkeringsgerechtigde:
persoon, vanaf 16 jaar tot 65 jaar, die geen recht op uitkering heeft ingevolge de wetten en regelingen als genoemd in artikel 6 van de wet;
Met een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2 van de wet;
e.
belanghebbende:
persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet aanspraak kan maken op een voorziening, met inbegrip van de instelling of onderneming waaraan een werkgelegenheidssubsidie wordt toegekend;
f.
voorziening:
specifiek reïntegratiemiddel gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 7, lid 1 sub a. van de wet;
g.
premie:
de zesmaandelijkse premie in het kader van een leerwerkplek, als bedoeld in artikel 10a van de wet;
h.
deeltijdpremie:
de jaarlijkse premie voor een uitkeringsgerechtigde die arbeid in dienstbetrekking aanvaardt, waarmee niet volledig in de kosten van bestaan kan worden voorzien;
i.
dienstbetrekking:
een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Ambtenarenwet, uitgezonderd arbeidsovereenkomsten waarvan de bedongen arbeid wordt gesubsidieerd op grond van de wet en arbeidsovereenkomsten ingevolge de Wet sociale werkvoorziening;
j.
opstapbaan:
een arbeidsplaats die kan aanvangen met een proefplaatsing voor de duur van maximaal 6 maanden met aansluitend, voor de duur van maximaal 2 jaar, een of twee arbeidsovereenkomst(en) met een werkgever waarvoor de werkgever een reïntegratiesubsidie kan verkrijgen;
k.
Ooievaarsbaan:
een arbeidsplaats waarvoor een vergoeding of subsidie beschikbaar wordt gesteld, voor de duur van maximaal 5 jaar;
l.
college:
het college van burgemeester en wethouders;
m.
leerwerkplek:
tijdelijk verrichten van onbeloonde additionele arbeid (zoals bedoeld in de Wet Participatieplaatsen en in artikel 10a van de wet) door een uitkeringsgerechtigde met behoud van uitkering in het kader van een re-integratietraject.