Onder de leerwerkplek wordt verstaan het tijdelijk verrichten van onbeloonde additionele arbeid (zoals bedoeld in artikel 10a van de wet) door een uitkeringsgerechtigde met behoud van uitkering in het kader van een re-integratietraject. De leerwerkplek is een voorziening bestemd voor de uitkeringsgerechtigde die eerst algemene- en werknemerscompetenties moet ontwikkelen, voordat hij tot het verrichten van beloonde arbeid in staat is. Voordat tot plaatsing op een leerwerkplek wordt overgegaan, biedt het college aan de uitkeringsgerechtigde de mogelijkheid om gehoord te worden over deze voorgenomen plaatsing. Periodiek kan steekproefgewijs onderzocht worden of het verrichtte werk inderdaad additioneel is gebleken.
Het college beoordeelt na negen maanden aan de hand van een ontwikkelplan of de leerwerkplek de kans op arbeidsinschakeling heeft vergroot. Is dat het geval dan wordt de leerwerkplek na afloop van één jaar met nog één jaar voortgezet. De leerwerkplek kan tussentijds ook bij een andere werkgever worden ingezet. Het college legt in een uitvoeringsbesluit nadere criteria vast voor de voortzetting van de leerwerkplek na één jaar.
Het college kan vóór afloop van het tweede jaar besluiten de leerwerkplek nog gedurende één jaar voort te zetten, alleen als dit, met het oog op in de persoon gelegen factoren, de kans op arbeidsinschakeling aanmerkelijk zal verbeteren. Voorwaarde daarbij is het inzetten van de leerwerkplek bij een andere werkgever dan die in het tweede jaar. Het college legt in een uitvoeringsbesluit nadere criteria vast voor de voortzetting van de leerwerkplek na twee jaar.
Het college kan vóór afloop van het derde jaar besluiten de leerwerkplek nog gedurende één jaar voort te zetten alleen als dit, met het oog op in de persoon gelegen factoren, de kans op arbeidsinschakeling aanmerkelijk zal verbeteren. Voorwaarde daarbij is het inzetten van de leerwerkplek bij een andere werkgever dan die in het derde jaar. Het college legt in een uitvoeringsbesluit nadere criteria vast voor de voortzetting van de leerwerkplek na drie jaar.
Indien de uitkeringsgerechtigde niet in het bezit is van een startkwalificatie wordt uiterlijk zes maanden na plaatsing op een leerwerkplek beoordeeld in hoeverre een vorm van scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college legt criteria hiervoor vast in een uitvoeringsbesluit.
Het college verstrekt elke zes maanden aan de uitkeringsgerechtigde een premie, indien hij in die zes maanden naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op arbeidsinschakeling. De premie bedraagt 225 euro per half jaar op basis van een omvang van de leerwerkplek van ten minste tweeëndertig uur. Bij een geringere omvang van de leerwerkplek wordt de premie naar rato verminderd. Het college legt in een uitvoeringsbesluit de voorwaarden vast, waaronder de premie wordt verstrekt.
Het college is bevoegd tot het wijzigen van de hoogte van de premie, via een uitvoeringsbesluit.
De premie wordt geweigerd indien de uitkeringsgerechtigde aan de leerwerkplek verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.