**1..** Als de belanghebbende jonger dan 65 jaar de verplichtingen in de artikelen 28, tweede lid en 29, eerste lid van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de verplichtingen uit de wet niet of onvoldoende nakomt dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan,of zich jegens het college zeer ernstig misdraagt, stemt het college de bijstand af door een maatregel op te leggen over de bijstandsnorm, overeenkomstig deze verordening.
**2..** Als de belanghebbende van 65 jaar of ouder de verplichtingen in de artikelen 28, tweede lid en 29, eerste lid van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de verplichtingen uit de wet niet of onvoldoende nakomt dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, stemt de sociale verzekeringsbank de bijstand af door een maatregel op te leggen over de bijstandsnorm.
**3..** Bij het opleggen van een maatregel worden de ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en zijn gezin in ogenschouw genomen.
**4..** Het college kan in afwijking van het gestelde in deze verordening de hoogte of de duur van de maatregel hoger of lager vaststellen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand