Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
Als de belanghebbende voorafgaand aan of tijdens de uitkeringsverstrekking tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan wordt afhankelijk van de omstandigheden een maatregel opgelegd van maximaal de tweede categorie.
Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval begrepen het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een schenking, voorafgaand aan of tijdens de bijstandsverlening, voorzover bijstandsverlening redelijkerwijs was te voorzien.
De periode waarover de maatregel wordt opgelegd, kan langer zijn dan een maand, onder gelijktijdige aanpassing van het percentage van de maatregel.
Het college weigert de uitkering op grond van de IOAW tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk naar de mate waarin de belanghebbende inkomen uit of in verband met arbeid had kunnen verwerven.