In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

de WWB:

Wet werk en bijstand;

b.

de IOAW:

Wet Inkomensvorming oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

c.

de IOAZ:

Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

d.

het college:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

e.

uitkering:

de van toepassing zijnde norm inclusief eventuele gemeentelijke toeslag of verlaging, van de wetten genoemd in artikel 1 van deze verordening;

f.

grondslag:

de toepasselijke grondslag als bedoeld in artikel 5, derde, vierde en vijfde lid, van de IOAW of artikel 5, vierde lid van de IOAZ;

g.

belanghebbende:

degene die als alleenstaande, alleenstaande ouder of als lid van het gezin als bedoeld in de WWB een uitkering krachtens de in artikel 1 genoemde wetten heeft aangevraagd of aan wie een uitkering is toegekend;

h.

maatregel:

een tijdelijke of blijvende verlaging van de uitkering;

i.

benadelingsbedrag:

de uitkering of de langdurigheidstoeslag die als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt;

j.

re-integratieverordening:

de verordening van de gemeente Den Haag als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de WWB;

k.

de wetten

de WWB, IOAW en IOAZals bedoeld in sub a, b en c.